Fokkerij

Het kooikerhondje is een relatief gezond ras in vergelijking met sommige waanzinnig populaire rassen, waar de broodfok een stevige "poot" in heeft. Helaas zijn er in het verleden een aantal genetische defecten in de genenpoel geslopen en het is nu de taak van de huidige fokkers om daarover kennis op te bouwen en de correcte maatregelen te nemen. Met de huidige stand van zaken is het prima mogelijk om gezonde hondjes te fokken als er verantwoord gekozen wordt in de afstamming en de paring van de ouderdieren.


Artikel over erfelijke ziekten bij het Nederlandse Kooikerhondje en het plan voor de toekomst door Dr. Paul Mandigers.
Zoals bekend is het Nederlandse Kooikerhondje een oud Nederlands ras. De populatie is, na de tweede wereldoorlog, opnieuw opgebouwd gebruik makend van 42 op Kooikerhondjes lijkende honden. Effectief zijn er slechts 10 a 15 honden gebruikt. Dat dit in de beginfase van de heropbouw repercussies met zich mee zou gaan brengen was min of meer onvermijdelijk. Wanneer we zo weinig dieren gebruiken zal dit tot inteelt leiden. Recent onderzoek heeft aan het licht gebracht dat ieder hondenras drager is van gemiddeld vijf erfelijke ziekten. Strikt gesproken is de hond in dit opzicht beter af dan de mens die van 10 a 20 erfelijke ziekten drager is. Echter elke vorm van inteelt zal met zich meebrengen dat er binnen die populatie genen meer gelijkend zullen worden. Deze toename van homozygotie zal er toe leiden dat zogenaamde recessieve ziekten de kop op gaan steken. Daarom zien we bij de verschillende hondenrassen in een hogere frequentie dan bij de mens (waarbij inteelt niet gebruikelijk is) relatief vaker erfelijke ziekten.

Zo ook bij het Nederlandse Kooikerhondje. Reeds in 1960 werd voor het eerst melding gemaakt van een neurologische ziekte bij jonge Kooikerhondjes. Deze ziekte is later beschreven onder de naam erfelijke necrotiserende myelopathie (HNM of in het Nederlands ENM). Indicaties van erfelijkheid was de gelijkenis in klinische en pathologische bevindingen, de leeftijd van begin van de ziekte, de aanzienlijk hogere inteeltcoëfficiënt bij de patiënten dan in het ras populatie (p = 0,001). Bovendien bleken alle patiënten af te stammen van vier gemeenschappelijke ouderdieren. Op basis van een zogenaamde segregatieanalyse bleek het om een zogenaamde enkelvoudige autosomaal recessieve vererving te gaan. Fokkers werden afgeraden om ouders en volle broers / zussen van de getroffen honden te gebruiken. Hoewel dit een duidelijk effect had op de frequentie van de ziekte nam ook de effectieve populatiegrootte (Ne) af. Dankzij verstandig selecteren daalde desalniettemin de gemiddelde inbreedingcoefficient (Fx) en steeg de worpgrootte. Dit laatste beschouwen we als een kenmerk illustratief voor het gezonder worden van een populatie.

Onlangs hebben we met behulp van een genoomwijde scan een afwijkend stukje DNA gevonden wat steeds bij alle lijders aan ENM terug kwam en niet bij de gezonde controle dieren aanwezig was. Ergens in de loop van dit jaar willen we dit stukje DNA verder uitwerken zodat we met zekerheid de mutatie verantwoordelijk voor deze nare ziekte kunnen vinden. Dat betekent dat we, mits we het met beleid uitvoeren, deze ziekte kunnen uitroeien.
Begin 1990 werd het ras geconfronteerd met de erfelijke bloederziekte Von Willebrands ziekte. Dankzij de inzet van de Kooikerclub werd relatief snel de mutatie verantwoordelijk voor deze ziekte gevonden. Doordat men nu kruisingen kon gaan vermijden welke zouden leiden tot lijders is deze ziekte in Nederland nagenoeg niet meer aanwezig.

Helaas zijn de twee voorgaande ziekten niet de enige ziekten die binnen de populatie voorkomen. Zo nu en dan zien we Kooikerhondjes met epilepsie. Gelukkig is de frequentie van de ziekte beperkt gebleven. Echter vanaf 1980 zien we Kooikerhondjes met een beeld van slikproblemen en / of spierzwakte. Inmiddels zijn er op basis van het clubregister en gegevens van diverse klinieken minimaal 80 Kooikerhondjes, in binnen en buitenland, gesignaleerd met deze spierziekte. Het betreft hier een spierontsteking die kan leiden tot zowel slikproblemen, problemen met het lopen of combinaties van beide aandoeningen. Momenteel zijn we actief bezig met het vergaren van informatie over geziene lijders. Op basis van de beschikbare data hebben we enquêtes verstuurd naar ruim 80 (voormalige) eigenaren. Doel is informatie boven water te krijgen over het klinisch beeld, de verschillende behandelingen en het verloop van de ziekte. Alle spierbiopten die er zijn worden dit jaar opnieuw bekeken en beschreven. Daar waar mogelijk nemen we bloed voor DNA isolatie af van lijders. Het doel zal duidelijk zijn.

Deze vier ziekten hebben zonder twijfel invloed op de fokkerij en de binnen de populatie aanwezige genetische diversiteit. Reeds in 1994 hebben we naar een aantal vruchtbaarheids (gezondheids) kenmerken gekeken. Recent hebben we op basis van de gegevens van de laatste vijf jaar deze studie min of meer herhaald. De eerste resultaten suggereren dat het huidige gebruik van ouderdieren gezond te noemen is. Hierdoor is de inteelt coëfficiënt en de toename van inteelt per generatie beperkt gebleven.
Vergeleken met andere hondenrassen verkeerd het Nederlandse Kooikerhondje in een gezonde positie. Want hoewel er een aantal ziekten voorkomen behoren ze mogelijk in de nabije toekomst toch tot het verleden. En veel van het werk wat we nu uitvoeren is mogelijk gemaakt door de uitstekende dataregistratie van de VHNK en haar zusterverenigingen. Complimenten zijn op zijn plaats.
Momenteel zijn we dus bezig met de inventarisatie inzake de polymyositis. Indien u in het verleden (of heden) geconfronteerd bent geweest met deze ziekte en u wilt ons helpen schrijf ons of de VHNK dan aan. Ook willen we het probleem epilepsie beter in kaart brengen. Informatie (en bloedmonsters) zijn meer dan welkom. Indien u ons hiermee wilt helpen neem dan contact met ons op.

Fokreglement

Beide ouderhonden moeten in het bezit zijn van de papieren van de bij de rasvereniging verplichte gezondheidsonderzoeken. Zowel de vader- als de moederhond moeten onderzocht zijn op:
- de ogen, waarbij de dieren vrij moeten zijn van erfelijke oogaandoeningen.
- de knieën. Als een hondje patella-luxatie (knie-afwijking) heeft, kan het wel geopereerd worden om jarenlange pijn te voorkomen
- de " Van Willebrandziekte" met de verklaring "vrij". Dit is een bloedstollingsziekte die helaas nog niet helemaal uit ons ras is verdwenen.
Bovendien moeten beide ouderhonden de vereiste keuringsattesten hebben. Uit de keuringsverslagen moet ook blijken dat de honden zich normaal sociaal gedragen.
Voor meer info over het fokreglement contacteert u de voorzitter, email: voorzitter@kooikerhondje.be 
of de fokadviseur, email: fokadviseur@kooikerhondje.be  

Stamboom

Een kooikerhondje geboren in België of in Nederland is pas een echt kooikerhondje als hij ook een erkende stamboom heeft. In België levert de KMSH deze af, in Nederland de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. 

Sinds 1882 zijn alle rashonden waarvoor een stamboom werd afgeleverd door de KMSH, ingeschreven in het LOSH-stamboek (Livre des Origines Saint-Hubert).
Dit stamboek bevat alle honden waarvan de afstamming gekend en erkend is. Het LOSH-stamboek is dus een gesloten register, dwz een lijst van stambomen waarop enkel honden van gekende afstamming over minstens vier generaties voorkomen. De stamboom garandeert dus dat de ouders, de grootouders en de overgrootouders tot hetzelfde ras behoorden. Men mag dus stellen dat "de stamboom getuigt van de zuiverheid van het ras".

De Nederlandse rashondenpopulatie wordt geregistreerd in het NHSB (Nederlands Honden Stamboek). Dit stamboek is internationaal het enige dat wordt erkend door de FCI, en de nationale kennelclubs in landen die niet zijn aangesloten bij de FCI, zoals de Engelse Kennel Club en de Amerikaanse Kennel Club.

Fokadvies

Kandidaat-fokkers en toekomstige eigenaren van een kooikerhondje kunnen voor advies terecht bij de fokadviseur fokadviseur@kooikerhondje.be