Het Kooikerhondje

Algemeen

Geschiedenis

Kooikerhondjes behoren tot een oud, Nederlands ras. Op schilderijen van 17e eeuwse meesters, o.a. Vermeer, Steen en op familieportretten uit de 18e en 19e eeuw komen kleine spioenen, spaniels voor die veel op de huidige kooikerhond lijken. In Nederlandse musea, zoals o.a. het Mauritshuis in 's Gravenhage, paleis Het Loo in Apeldoorn en het rijksmuseum te Amsterdam, vindt U verscheidene kunstwerken waarop kooikerhondjes zijn afgebeeld. In het Oranje-Nassau-museum bij de ruïne van Slot Dillenburg hangt een afbeelding van een verschrikte Willem van Oranje, zojuist in het holst van de nacht van een moordaanslag gered door het waakzame kooikerhondje naast zijn bed.

ImageEntry

Mevrouw M.C.S. Baronesse van Hardenbroek van Ammerstol

heeft zeer veel gedaan om het bijna uitgestorven ras te behouden en op te bouwen.
Met behulp van een marskramer, die zij een lokje haar en een afbeelding van het kooikerhondje meegaf,
slaagde zij erin enkele bruikbare exemplaren op het platteland op te sporen.

ImageEntry

Tommie

Het teefje Tommie, uit Friesland (Nederland), werd zo de stammoeder van de naoorlogse kooikerhondjes.

In 1966 werd het ras voorlopig erkend en werden de voorlopige raspunten vastgesteld.

In 1971 kwam de officiele erkenning met de nu geldende raspunten.

ImageEntry

Algemene typering

Van huis uit is het kooikerhondje een werkhondje: assistent van de kooibaas, bewaker van huis en erf, verdelger van muizen, mollen en ratten. Het is een lief, vrolijk en pittig hondje, attent en intelligent, dat in hoge mate bereid is om voor de baas te werken.  In huis vertoont het kooikerhondje een groot aanpassingsvermogen; op zijn tijd rustig en bescheiden, dan weer speels en bruisend van levenslust. Hij is goed waaks, maar slaat alleen aan als er reden voor is.  In vrije beweging buiten (onaangelijnd) heeft hij een hoog bewegingstempo, lichtvoetig met een permanent sierlijk wuivende staart.  Hij is gevoelig voor lawaai en harde woorden. Het is geen allemansvriend. Hij is aanvankelijk terughoudend tegenover vreemden, kinderen en andere honden.  Afhankelijk van het temperament zal hij vluchten of grauwen als hij zich onzeker voelt. Heeft hij iemand geaccepteerd dan is er een vriendschap voor het leven gesloten.

Enkele raspunten

 

Schofthoogte: 35 tot 40 cm. Middelmatige lange, goed aansluitende beharing. Kleur: wit met oranjerode platen. Amandelvormige donkerbruine ogen met een vriendelijke uitdrukking. De oren, die lang behaard zijn, worden tegen de wangen gedragen; zwarte haarpunten (oorbellen) zijn gewenst. Bevederde staart met een witte pluim. Karakter: vrolijk, maar niet te luidruchtig, zeer op zijn omgeving gesteld, vriendelijk, goedaardig en attent.

Vacht

De vacht kan goed tegen vocht en houdt weinig vuil vast. Het onderhoud is gemakkelijk; regelmatig borstelen met een goede haarborstel houdt de vacht in prima conditie en het huis redelijk haarvrij.

Voeding

Sobere voeding, van goede kwaliteit, zorgt voor een slanke gespierde hond, die graag en gemakkelijk beweegt. Afhankelijk van het geslacht en de grootte zal een kooikerhondje niet meer mogen wegen dan 9-11 kg.

Teef/Reu

Een kooikerreutje is veelal wat groter dan een teefje. Qua karakter ontlopen de beide geslachten elkaar niet veel. Uiteraard heeft u bij een teefje te maken met optredende loopsheden.  Het kooikerhondje is permanent verharend, maar een teefje verhaart nog wat meer dan een reu.  Een reu is standvastiger qua karakter, maar heeft soms wat meer dan teefjes de neiging om de baas in huis te worden. Dit is met een consequente aanpak echter prima op te vangen.

Beweging

Een kooikerhondje is een werkhondje. Dat houdt in dat hij veel beweging nodig heeft. Een hond die te veel thuis zit en niet verder komt dan de eigen tuin, al is die nog zo groot, wordt geestelijk en lichamelijk tekort gedaan. Hij krijgt te weinig de gelegenheid zijn spieren te gebruiken, initiatieven te nemen en geurindrukken op te doen.  Een kooikerhondje leeft gemiddeld 10 tot 14 jaar. Tijdens die periode is de eigenaar verantwoordelijk voor een 'hondwaardig' bestaan.

Spelen en leren

De eigenaar moet de intelligentie van het hondje, zijn opmerkzaamheid, zijn werklust en de sterke band met de baas uitbuiten, door veel met de hond bezig te zijn. Kunstjes leren in huis, zoek- en apporteerspelletjes doen in de tuin of tijdens een wandeling. Spelletjes prikkelen de nieuwsgierigheid van de hond en zijn leervermogen en bevestigen de band tussen baas en hond.

Baas

Voor pup, puber en volwassen hond moet de rangorde duidelijk zijn: de baas is de baas, dus de roedelleider of alphahond. Alleen onder die voorwaarde voelt de pup zich veilig, zal een dier van ongeveer 7 maanden (begin puberteit) leren 'inbinden' en kent de volwassen hond zijn plaats in de roedel (het gezin). Het gevoelige, intelligente kooikerhondje heeft meestal geen harde stem of hand nodig, maar wel een heel consequente aanpak en besliste leiding, waardoor het natuurlijk overwicht van de baas over de hond duidelijk wordt. De hond zal dit overwicht graag aanvaarden en dat voorkomt dat de jonge of volwassen hond zelf regelend, en dat is met de bek, gaat optreden. Zonder leiding van de baas zou het kooikerhondje zeer dominant kunnen worden. Zo'n regelkees is meestal een reu, maar er zijn ook regelende 'mientjes'.

ImageEntry

Socialisatie

De sociale aanpassing begint al met drie weken in het nest; de periode van zes tot zestien weken is de belangrijkste voor de sociale ontwikkeling van de hond. Het is ook de periode waarin hij het snelst iets leert (inprentingsfase). Voor het eenkennige kooikerhondje is een goede socialisatie van levensbelang. Een hond die zich veilig voelt en zelfvertrouwen heeft, is een hond die je kunt vertrouwen. Daarom moeten fokker en de nieuwe eigenaar gezamenlijk werken om het hondje te laten wennen aan de menselijke samenleving met vele facetten. Zorg voor plezierige contacten met kinderen, volwassenen, honden en andere dieren. Laat hem wennen aan huis-, tuin- en keuken-, straat- en andere geluiden. Betrek de pup bij begroeting van gasten, haal kinderen en bevriende honden in huis of neem de pup mee naar plaatsen waar die te vinden zijn. Neem de pup niet in bescherming als hij angstig is of vluchtgedrag vertoont, maar laat als 'roedelleider' zien dat er niets aan de hand is. Anders dan bij mensenkinderen heeft de pup slechts een jaar nodig om volwassen te worden en in dat jaar zijn fokker en eigenaar samen verantwoordelijk voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de hond. Alle goede geïnvesteerde tijd, moeite en energie komen later met rente terug

Opvoeding en training

Hoewel er nog steeds kooikerhondjes in de eendenkooi hun werk verrichten, zullen de meeste hondjes daar niet aan toe komen. In vorm van spel, cursussen op gebied van gedrag, gehoorzaamheid en behendigheid, speuren en zoeken zal 'plaatsvervangend' werk gezocht moeten worden. Samen met de baas is het zijn lust en leven. Vanaf ongeveer 9 weken kunt u op puppy-cursussen samen aan de slag. Het is heel belangrijk. De baas leert de lichaamstaal van zijn hond kennen, de hond leert zijn baas beter kennen en leert om te gaan met andere honden. Het gezamenlijke einddoel is een vriendelijke, gehoorzame hond die overal met het gezin mee naar toe kan, omdat hij goed opgevoed is. Overigens kan de hond, als dat eens nodig is, ook heel goed alleen thuis blijven. Een goede opvoeding in de eerste twee jaar zorgt ervoor dat u jaren (sommige kooikerhondjes worden wel 16 jaar en ouder) plezier van uw hond kunt hebben.

Het kooikerhondje met de kooikerbaas aan het werk in de eendenkooi

ImageEntry